Financiën
René Nijhuis
Inleiding
Een onderwerp waar veel over gezegd wordt in de bijbel is financiën. Het is iets waar we allemaal mee te maken hebben en daarom is het goed om te weten wat de bijbel ons hierover kan leren. Dit is de reden dat we dit onderdeel ook in de fundamenten behandelen.
Gods verlangen voor Zijn kinderen is voorspoed
Gods verlangen voor ons is dat het ons goed gaat, dat voorspoed overheerst in uw leven. Voorspoed betekend dat u genoeg heeft om van te leven en om uit te delen aan anderen. Dit hoeft niet alleen op financieel gebied te zijn, maar denk ook aan geluk, gezondheid, liefde, vrijheid etc. De apostel Johannes bad voor de gemeente in 3 Johannes:2
"Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt; gelijk het uw ziel wel gaat."
Wanneer we bijvoorbeeld naar Abraham kijken dan zien we dat hij ontzettend rijk was omdat God hem overvloedig gezegend had. Over de rijkdom van Abraham kunnen we lezen in Genesis 13:1-6.
- En Abram trok uit Egypte naar het Zuiderland, hij en zijn vrouw en al wat hij bezat, en Lot met hem.
- Abram nu was zeer rijk aan vee, aan zilver en aan goud.
- En hij ging van de ene pleisterplaats naar de andere, uit het Zuiderland tot bij Betel, de plaats, waar zijn tent in het eerst gestaan had, tussen Betel en Ai,
- Naar de plaats van het altaar, dat hij daar vroeger gemaakt had, en Abram riep daar de naam des Heren aan.
- En ook Lot, die met Abram mede ging, had schapen en runderen en tenten.
- Maar het land liet niet toe, dat zij tezamen bleven wonen, want hun have was talrijk, zodat zij niet tezamen konden wonen.
God heeft het allerbeste met ons voor en wil dat we in alles overvloedig gezegend zijn. De duivel is ook hierin
Gods tegenstander. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel veel christenen problemen en tegenslagen
ondervinden op het gebied van financiën. Veel mensen hebben schulden en hebben iedere maand de grootste
moeite om rond te komen. Dit is dan ook precies de plek waar de duivel ons wil hebben. Onze gedachten zijn dan
niet meer op God gericht maar op onze financiële zorgen. Om deze vloek op ons leven (want dat is het) te
verbreken moeten we gaan leren en toepassen wat de bijbel over financiën zegt. We zullen aan de hand van
de bijbel Gods principes aangaande financiën duidelijk gaan maken.
Hoewel God wil dat het ons aan geld niet zal ontbreken, geeft hij ook een duidelijke waarschuwing in
Matteüs 6:24 aangaande het omgaan en bezit van geld.
"Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen en Mammon."
Het gaat er dus om waar ons hart ligt. Geld is niet de wortel van al het kwaad, maar de liefde voor geld.
Het principe van Gods economie: zaaien en oogsten
Het is belangrijk Gods economie te begrijpen. Deze economie heeft niets van doen met de wereldse economie. Het is niet afhankelijk van aandelenmarkten, rentestanden, goudprijzen of wat dan ook. Gods economie is gebaseerd op het heel eenvoudig, maar zeer effectieve principe van zaaien en oogsten. Wanneer je iets zaait, dan moet je oogst verwachten. Wanneer een boer een gewas zaait dan verwacht hij dat er een oogst uit voort komt. Laten we eens een voorbeeld nemen van een appelzaadje. Wanneer je dit zaadje in de grond stopt, dan groeit hier een appelboom uit; aan deze appelboom zullen tientallen appels groeien en iedere appel heeft ook weer zaadjes. Het resultaat van dat ene zaadje is dus uiteindelijk gigantisch. Jezus spreekt ook over zaaien en oogsten, dit kunnen we lezen in Matteüs 13: 3-8:
- En Hij sprak tot hen vele dingen in gelijkenissen en zeide: Zie, een zaaier ging uit om te zaaien.
- En bij het zaaien viel een deel langs de weg en de vogels kwamen en aten het op.
- Een ander deel viel op de steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had, en terstond schoot het op, omdat het geen diepe aarde had,
- maar toen de zon opkwam, verschroeide het en omdat het geen wortel had, verdorde het.
- Een ander deel viel op de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het.
- Een ander deel viel in goede aarde en het gaf vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.
Wanneer we zaaien, dan moeten we zaaien in goede grond. Een boer zaait pas als hij zijn akker omgeploegd heeft
en mineralen aan de grond heeft toegevoegd. De grond is dan in een goede conditie om iets voort te brengen.
Maar wat is zaaien in goede grond waar Jezus over spreekt? Wanneer je iets geeft, geld of tijd of wat dan ook,
dan zaai je in het Koninkrijk van God. En als je geeft met de juiste instelling, met geloof, wetende dat wat je
geeft vrucht gaat voorbrengen, dan zaai je in goede grond. Je zaait en je gaat verwachten dat de aarde zelf
vrucht voorbrengt. Het enigste wat je moet doen is de grond in conditie brengen. Door het woord van God toe te
laten in je leven, God lief te hebben, zijn geboden te bewaren en dan de vrucht te verwachten. Alles wat
je dan investeert in het Koninkrijk van God zal vrucht opleveren. Dit principe van zaaien en oogsten is
veel breder dan alleen voor financiën. Als je vrede zaait, dan zul je vrede oogsten. Als je liefde zaait,
dan zul je liefde oogsten.
Je kunt zelfs op deze manier naar Jezus kijken. God heeft Jezus gezaaid op de aarde en hierdoor zal
uiteindelijk de wereldoogst binnenkomen. Of anders gezegd. God heeft zijn Zoon gezaaid en zal vele zonen
oogsten.
Het principe van Rentmeesterschap
Het volgende principe wat we gaan behandelen is die van het rentmeesterschap. Allereerst moeten we bedenken van wie de aarde is, dit staat onder andere in Deuteronomium 10:14.
"Zie, van de Here, uw God, is de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is;"
Ook in Psalm 24 vers 1 staat:
"Des Heren is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen."
Hier hebben we gelijk het eerste belangrijke punt te pakken. De aarde en al wat daar op is (ook wij dus, want wij zijn gekocht en betaald door het bloed van Jezus), is van God. We leven dus op de aarde die niet van ons is, maar die wel aan ons toevertrouwd is. In Genesis 1 kunnen we lezen dat God de mens heeft geschapen om over de aarde te heersen. Wij zijn dus zorgdragers. Een ander woord voor zorgdrager is rentmeester. Ofwel wij zijn rentmeesters van God hier op aarde. Wat is een rentmeester? Het Griekse woord voor rentmeester is "oikonomos". Oikos betekent "huis" en nomos betekent "manager". Rijke mensen hadden rentmeesters die zorg droegen voor hun huis, kinderen en financiën. Jozef bijvoorbeeld was een rentmeester in Potifar's huis. Genesis 39 vers 6 zegt:
"En hij liet al het zijne aan Jozef over, en met hem naast zich, bemoeide hij zich enkel met het brood dat hij at."
Het is duidelijk dat het een zeer verantwoordelijke functie is waar er heel veel aan je toevertrouwd kan worden. We kennen het verhaal van Jozef allemaal. Als slaaf werd hij door Potifar gekocht. Potifar heeft iets gezien in Jozef en hem geleidelijk aan steeds meer toevertrouwd. Uiteindelijk regelde Jozef de hele huishouding voor Potifar. In de gelijkenis van de talenten zegt Jezus iets heel belangrijks aangaande rentmeesterschap. Dit kunnen we lezen in Matteüs 25: 14-15:
- Want het is als een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
- En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
We zien hier dat de heer zijn knechten geld geeft naar mate van hun bekwaamheid. Wanneer we even terugkijken naar het vorige gedeelte over Jozef, dan zien we dat hij alle financiën van Potifar beheerde oftewel, Jozef was een heel bekwaam rentmeester. We weten allemaal hoe het met Jozef uiteindelijk afliep en weten dat God hem heel veel heeft toevertrouwd.
Ook dit principe is veel breder dan de financiën alleen. Laten we maar eens 1 Petrus 4 vers 7 - lezen.
God heeft ons heel veel toevertrouwd. Het enige wat wij moeten doen is om goede rentmeesters te zijn.
Wanneer we nu naar de huidige financiële wereld kijken, dan zien we dat het meeste geld zich bij de
"onrechtvaardige" bevindt. Dit komt omdat wij als christenen onze bekwaamheid als rentmeester
verloren zijn. We zijn "vergeten" dat het geld aan God toebehoort en handelen ermee alsof het van
onszelf is. We betrekken God niet of nauwelijks in onze financiële transacties en als het op geven aankomt
dan komt God meestal niet op de eerste plaats. Heel veel mensen die met financiële problemen te kampen
hebben denken dat ze met een flinke financiële injectie wel weer uit de problemen komen. In sommige
gevallen zat dit wel werken, maar in de meeste gevallen zullen er na een korte tijd toch weer financiële
problemen opduiken.
Wat wel werkt is een verandering van denken en het toepassen van bijbelse principes. Met verandering van denken
bedoel ik dat we moeten gaan beseffen dat al het geld van God is en niet van ons. We hebben het van God
ontvangen om er als rentmeester aan de slag mee te gaan en niet om het allemaal voor onszelf te behouden. Het
eerste wat we moeten gaan doen is aan God vragen wat we moeten gaan doen met het geld dat we ontvangen. God
weet in wat voor positie wij verkeren en als we Hem vertrouwen en luisteren naar zijn stem dan zullen we zien
dat onze financiële positie drastisch zal veranderen. Hoe meer we gaan geven, hoe meer God ons ook kan
toevertrouwen. Het is wel duidelijk waar dit geld vandaan gaat komen. Het geld van de onrechtvaardige zal komen
in de handen van de rechtvaardigen. Dit staat in Spreuken 13:21-22
- Het kwaad vervolgt de zondaren, maar de rechtvaardigen vergeldt Hij het goede.
- De goede doet zijn kindskinderen erven, maar het vermogen van de zondaar wordt weggelegd voor de rechtvaardigen.
In wat voor financiële situatie we nu ook zitten, het eerste wat we moeten doen is ons op Hem gaan richten en Hem gaan vertrouwen. Hij kent onze situatie en wil ons heel graag helpen als we Hem toelaten dit te doen. In Matteüs 6: 30-33 zegt Jezus het volgende:
- Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
- Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
- Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft.
- Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
Is dit niet mooi, wanneer we Hem zoeken en vertrouwen, dan zal Hij alles geven wat we nodig hebben.
Het principe van vrijwillig en blij geven
Onder het Oude Verbond was geven verplicht. Laten we eerst naar deze verplichting kijken. God had via Mozes de Israëlieten opgedragen vier verschillende soorten tienden, op verschillende tijden, te geven van hun inkomsten. Onder het oude verbond gaven de Israëlieten hun tienden bijvoorbeeld aan hun geestelijke leiders, de Levieten, zodat deze vrijgesteld werden voor het werk van God. Dit staat in Numeri 18: 21-24.
- Wat nu de Levieten betreft, zie, Ik geef hun alle tienden in Israël als erfdeel, een vergoeding voor de dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst.
- De Israëlieten namelijk zullen niet meer tot de tent der samenkomst naderen, zodat zij zonde op zich laden en sterven;
- de Levieten echter zullen de dienst van de tent der samenkomst verrichten en zij zullen hun ongerechtigheid dragen, een altoosdurende inzetting voor uw nageslacht, en in het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen;
- want aan de Levieten geef Ik als erfdeel de tiende, die de Israëlieten de Here als heffing brengen; daarom heb Ik van hen gezegd: In het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen.
In die tijd waren de Levieten de "brug" tussen de Israëlieten en God. Zij werden echter niet alleen betaald voor hun geestelijke dienst, maar ook voor hun functioneren als gezondheidszorg inspecteurs, politie, ministerie van Justitie en ministerie van Onderwijs. De Levieten gaven weer een tiende van hun tienden aan de priesters (Numeri 18: 25-31). Dit gaf de laatste financiële zekerheid zodat de tempeldienst beschermd zou worden en het grote tempelgebouw onderhouden kon worden. Daarnaast hielden de mensen een tiende apart om 1x per jaar naar Jeruzalem te kunnen gaan voor de viering van de grote feesten. (Deuteronomium 14:22-26). De laatste tiende die de mensen gaven was voor de armen, wezen en weduwen. Dit gebeurde eens in de drie jaar (Deuteronomium 14:28,29). Dit zou vandaag de dag onze "Social Security" of bijstand zijn. Alle tienden bij elkaar opgeteld gaven een totale belasting van zo'n 23.3 % van het inkomen van de Israëlieten. Ook in het Nieuwe Testament verwacht God nog steeds dat we onze belastingen betalen aan de overheid, ook als het een wereldlijke overheid is: "Betaald aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt."(Romeinen 13:7) En zoals er sancties staan op het niet betalen van onze belasting, zo stonden er ook sancties op voor de Israëlieten. In Maleachi 3:10 bestraft God met name de Levieten voor het niet brengen van hun tienden naar de "voorraadkamer", om in de priesterdienst te voorzien. (zie ook Nehemia 10:38). God zou zijn bescherming weghalen (de "afvreter niet meer dreigen") waardoor de vrucht van het land zou verderven en de wijnstok geen vrucht meer zou geven. Gehoorzaamheid zou echter "de vensters van de hemel openen en zegen in overvloed over hen heen gieten.".
De hele context van Maleachi heeft te maken met de wet van Mozes, die moest onderhouden worden (Maleachi 4:4)
en kan wat tienden betreft niet overgezet worden naar onze context. Er zijn nu geen levieten meer, of een
speciale priesterkaste (wij zijn nu allen priesters, 1 Petrus 2:9), er is geen dure tempel meer die onderhouden
moet worden (wij zijn de tempel van de Heilige Geest, 1 Korinthe 3:16).
Wij leven namelijk nu niet meer onder de Wet, maar onder de Genade door Jezus Christus gebracht! Door zijn
sterven aan het kruis om de zondelast weg te nemen en Zijn opstanding uit de dood is de wet vervuld. Er is een
"verandering van wet gekomen" (Hebreeën 7:12), de vroegere voorschiften zijn
"afgeschaft" (Hebreeën 7:18) en het Nieuwe Verbond heeft het eerste "verouderd
verklaard" (Hebreeën 8:13)!
Sommige kerken willen toch vasthouden aan het geven van tienden als verplichting en verwijzen bijvoorbeeld naar het feit dat Abraham een tiende gaf aan Melchizedek (voorafschaduwing van Christus), hij deed dit honderden jaren voordat Mozes het Oude Verbond instelde. (Genesis 14: 18 t/m 24). Als hij dit deed voor de Wet, dan zou het dus een altoos durend principe zijn en ook vandaag nog gelden. We moeten ons echter realiseren dat dit een incident was in zijn leven (geen terugkerende gebeurtenis), dat het een tiende was van de buit van verslagen vijanden (dus niet van zijn eigen bezit), en dat tienden geven in het Midden Oosten bij veel volken voorkwam (hij paste zich dus aan bij een culturele gewoonte). Indien wij deze eenmalige gebeurtenis als wet voor onszelf zouden overnemen, wordt besnijdenis ook een verplichting, tenslotte besneed Abraham zijn zonen ook, lang voordat het Oude Verbond door Mozes werd ingesteld. We zien dan ook nergens in het Nieuwe Testament een gebod om tienden te geven. Nergens. Wij zijn vrij van de wet, ons geven wordt niet meer bepaald door een verplichting, maar door onze dankbaarheid voor wat God voor ons in Christus gedaan heeft! Waar er dus in Het Nieuwe Testament over geld wordt gesproken dan is het altijd in de context van vrijwilligheid en liefde voor God en elkaar. God houdt van mensen die betrokken zijn en blijmoedig geven.
Bekende verzen die het principe van vrijwillig geven onderstrepen zijn:
-
2 Korintiërs 9 vers 7:
"Een ieder doet, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief." -
2 Korinthiers 8 vers 12:
"Want als de bereidvaardigheid (om te geven) aanwezig is, is zij welkom naar hetgeen zij heeft, niet naar hetgeen zij niet heeft."
Wij zien dit ook heel mooi in de observatie van Jezus over de arme weduwe die Hij zag (Lucas 2: 1-4):
- Toen Hij opkeek, zag Hij de rijken hun gaven in de offerkist werpen.
- Hij zag ook een behoeftige weduwe twee koperstukjes daarin werpen,
- en zeide: Waarlijk, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft meer dan allen daarin geworpen.
- Want deze allen hebben van hun overvloed iets bij de gaven geworpen, maar zij heeft van haar armoede haar ganse levensonderhoud erin geworpen.
Ik heb me altijd afgevraagd waarom deze weduwe haar hele levensonderhoud in de offerkist wierp. Wanneer ze
één koperstukje in de kist had geworpen had ze verhoudingsgewijs ook heel veel gegeven. Toen ik hier
over nadacht wist ik opeens waarom ze alles had gegeven. Deze weduwe had iets heel belangrijks begrepen,
namelijk ze wist dat God voor haar zou zorgen. Zij gaf alles wat ze had, ze gaf zichzelf. Dit is ook het
kostbaarste wat u aan God kunt geven; uzelf.
In Romeinen 12 vers 1 staat:
"Ik vermaan (of bemoedig) u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst."
Indien wij het kostbaarste wat wij hebben, ons eigen lichaam, geven aan God, zou ons geld daar dan niet bij
horen?
Laten we maar eens kijken naar het begin van de eerste gemeente in Handelingen: 44-45.
- "En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk;
- en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden."
De start van de eerste christengemeente werd gekenmerkt door enorme vrijgevigheid, ongedwongen en vanuit dankbare harten voor wat Christus voor hen had gedaan!
